2008-04-23
Duivenoverlast:
Geen duiven voeren!!!
Het lijkt erop dat de duivenoverlast weer toeneemt. Wij roepen iedereen op om geen duiven te voeren. En wat beslist ook helpt, is om regelmatig gebruik te maken van uw balkon. Duiven hebben een feilloos geheugen van waar ze activiteit hebben gezien. Wij adviseren bij overlast 030 - 286 00 00 te bellen!
"Stoppen met voeren moet duivenoverlast tegengaan
De gemeente Utrecht start een voorlichtingsactie om het voeren van duiven te verminderen en daarmee de overlast te beperken. Op diverse plekken komen affiches te hangen en in de gebieden waar veel overlast van duiven is, krijgen bewoners een flyer in de bus.
Voeren maakt ziek
Nog steeds worden er veel etensresten op straat gedeponeerd. Soms worden hele broden in of langs de kant van het water gegooid. Daar komen dieren op af. Ook andere dieren zoals eenden en ganzen raken overvol en het voedsel dat blijft liggen trekt ratten aan. Duiven eten ook veel 'stadsvoer' als patat, koek en andere snacks. Hier worden ze ziek van. In de natuur geldt dat de sterkste dieren overleven. Door duiven te voeren of etensresten te laten slingeren, kunnen zelfs de zwakste duiven overleven en groeit de groep duiven alleen maar. Een duivenkoppel krijgt per jaar maar liefst tien jongen.
Overlast
Een paar duiven bij elkaar is leuk. Maar als er veel duiven bij elkaar zitten, zorgen ze voor overlast. Mensen slapen slecht vanwege het koeren van de duiven en balkons zitten onder de duivenpoep. Uiteindelijk kan veel duivenpoep op één plek zorgen voor gezondheidsproblemen bij mensen en kinderen die al last hebben van hun luchtwegen.
Wat kunnen we er tegen doen
Duiven niet voeren en etensresten niet laten slingeren op straat. Oud brood of etensresten mogen in de bruine afvalbak. Dit afval wordt niet bij het restafval gegooid, maar verwerkt tot compost. Zo komt de oude boterham weer als aarde terug in parken en perken. Bewoners die overlast hebben op hun balkon of in de buurt, kunnen contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 030 - 286 00 00."
bron: Persbericht Gemeente Utrecht van 2005-11-18